zu den Dingen

über das museum
impressum
zur person
presse
archiv
interessante links

dinge im buch

 


HET MUSEUM VAN ONGEHOORDE DINGEN

Museum: een openbaar toegankelijke verzameling van kunst- of wetenschappelijke voorwerpen en / of technische objecten uit verleden en heden; een tentoonstellingsgebouw voor dergelijke objecten; een plaats van onderzoek en conservering; een veilige plaats waar een deel van de bekende en ook onbekende werkelijkheid bewaard wordt.

Museum, verblijfplaats van de muzen, een plek van het ongewone en zeldzame, Wunderkammer, rariteitenkabinet, kunstkabinet. Oorspronkelijk was een museum in de 16 e eeuw een studeervertrek en pas in de loop van de 17 e eeuw werd er een kunst- of oudheidkundige verzameling mee aangeduid. In de 19 e eeuw werden musea algemeen toegankelijk omdat men er opvoedkundige aspecten en studiedoeleinden aan verbond. Aan het einde van de 20 e eeuw werd de nadruk gelegd aan een subjectieve beleving waar men een pedagogische waarde aan ging hechten.

Het Museum van Ongehoorde Dingen is een literaire Wunderkammer waarin de werkelijkheid en haar onwaarschijnlijke aspecten worden gepresenteerd.

Ongehoord zijn de tentoongestelde voorwerpen totdat zij in het museum worden opgenomen: Ik leen mijn oor aan deze onopgemerkte zaken die over het hoofd worden gezien en laat ze spreken, zwijgen, vloeken, aanklagen. Ik geef ze mijn vrij associërende aandacht - onverwacht beginnen ze plotseling te vertellen, de meest buitengewone geschiedenissen, ongelofelijke belevenissen, onwaarschijnlijke gebeurtenissen. Wat ik opvang notuleer ik en test het op samenhang en integriteit. De dingen spreken namelijk niet altijd de waarheid. Ze scheppen op, overdrijven en stellen zichzelf in een beter daglicht, zelfs leugens zijn niet uitgesloten.

Zo wilde mij ooit een steen uit de Rijn bij St. Margarethen in Zwitserland, daar waar de Rijn in het Bodenmeer uitmondt, doen geloven dat hij een Steen der Wijzen was. Ik twijfelde in het begin, maar waarom zou hij het niet zijn? Ik stelde een onderzoek in en vroeg raad aan een bevriende museumdirecteur, signora Isabelle Pereira uit Lissabon, die een kenner is van wijze stenen. Ze wees me er op dat alle wijze stenen bijzondere eigenschappen bezitten. De onderzoekingen waar ik mijn steen aan onderwierp doorstond deze echter niet. Hij werd ontmaskerd als een gewone steen uit de Rijn.

Dingen , omdat het echte dingen zijn die in dit museum beschreven worden. Niet alleen voorwerpen maar ook taalkundige zaken en gebeurtenissen waarvan men vaak zegt: "Dat is me wat!" Het zijn geen toevallige, willekeurige zaken. Het gaat dan om ontmoetingen, dikwijls om echte vriendschappen.

Meestal bepaalt het toeval welke zaken me opvallen en onder ogen komen. Het is ook niet zo dat ik naar dingen zoek alsof ik op een vlooienmarkt rondsnuffel. Veeleer vinden de dingen mij, betoveren mij. Ik raak in hun ban en ze flappen er vaak meteen van alles uit, alsof ze er slechts op gewacht hebben ontdekt te worden om hun geschiedenis te kunnen vertellen. Dat is de ene soort, de kletsmajoren. De andere soort zijn de zwijgzamen, vaak ook de verstokten. Ze zwijgen vaak jaren achtereen, moeten eerst vertrouwen opbouwen, zekerheid voelen, maken vaak een paar maal een aanloopje en vervallen dan weer in zwijgen, om dan toch nog, eerst in losse brokstukken en langzamerhand meer, hun geschiedenis prijs te geven en me in vertrouwen te nemen.

Zo hopen zich de echte ongehoorde zaken in het museumdepot op. Ze hebben allemaal wel al wat losgelaten maar nog niet zoveel dat het voor een breder publiek interessant zou zijn.

Ze hebben allen natuurlijk al een geschiedenis die er uit bestaat dat ik ze toevallig gevonden heb. Mijn betrekking tot hen en hun betrekking tot mij: het zijn intieme en persoonlijke geschiedenissen. Daarnaast vertellen de ongehoorde dingen hun eigen verhaal dat boven deze persoonlijke betrekkingen uitstijgt.

Het museum ben ik 1998 gestart met dertien objecten in Galerie Raskolnikow, waarvan de galeriehoudster, Iduna Böhning, een oude vriendin van mij is. In de lente van 2000 kreeg ik van veellezer, begenadigd lacher en bijbelvaste fietsenhandelaar Berhardt Hartmann in de Crellestrasse in Berlin-Schöneberg tussen de huisnummers 5 en 6, tegenover zijn 'Fietsburo', tot het eind van het jaar een winkelruimte tot mijn beschikking in een omgebouwde onderdoorgang onder de woningen. Nu had het Museum van Ongehoorde Dingen een vaste plek, een directeur, vaste openingstijden en regelmatig publiek. Met de jaarwisseling van 2000/2001 kreeg ik van de wooncoöperatie aan wie het pand toebehoort een genereus huurcontract, zodat de verzameling zich op een veilige plek kon nestelen.

Het museum is lid van museumverenigingen, doet mee aan de legendarische 'Lange Nachten' van de Berlijnse musea, neemt deel aan internationale museumdagen, presenteert zich in andere steden, organiseert speciale tentoonstellingen, lezingen en nog veel meer.

Het is het drukst bezochte museum in Berlijn als men het bezoekersaantal en het aantal vierkante meters in oppervlakte als maatstaf neemt. De collectie omvat inmiddels ongeveer 50 beschreven tentoonstellingsobjecten die in wisselende samenstelling in de expositieruimte worden tentoongesteld. Er is een steeds omvangrijker wordend museumdepot met meer dan 300 nog niet beschreven zaken, een museumshop en een museumcafé - het café Mirell aan de overkant heeft daartoe een functie toebedeeld gekregen, want wat is nu een museum zonder winkel en café?

Steeds weer stellen bezoekers van het museum vragen over de geschiedenis achter de individuele tentoongestelde objecten. De meest gestelde vraag is echter: "Kloppen uw verhalen?"

Op deze vraag kan ik als vinder van de dingen en als notulist van hun verhalen moeilijk antwoord geven. De vraag naar de juistheid bevat reeds de mogelijkheid van de juistheid en waarom kan dat wat mogelijk is niet waar zijn? In 1999, het jaar dat het museum werd opgericht, bezocht ik de tentoonstelling van de deelstaat Saksen over de activiteiten van het 600 jarige Cisterciënzerklooster Maria Stern. Tijdens de rondleiding was ik getuige van het volgende gesprek: Staande voor het relikwie van het kuitbeen van de heilige Veit zei een bezoeker plotseling: "U heeft hier dit kuitbeen van de heilige Veit, dat kan niet echt zijn. Er zijn nog drie andere kerken met kuitbenen van hem en hij was toch echt geen viervoeter."

Waarop zuster M Geralda, voor zover ik me haar naam herinner, antwoordde:" Ja, ik weet dat er nog meer zijn. Het is toch prachtig dat er meer zijn, dan kan op vele plaatsen aan de heilige Veit gedacht worden. En weet u, de vraag naar echtheid wordt uiteindelijk door het geloof bepaald."

Mijn bijzondere dank gaat uit naar Ines Gessner, Mariannen Karbe en Gerhard Dahl die allemaal een belangrijk aandeel geleverd hebben aan het bestaan en de bekendheid van dit museum. Mijn dank gaat verder uit naar allen die het museum op een of andere manier ondersteunen.

Mijn bijzondere dank: Els Bannenberg

Roland Albrecht



|| Start || Zu den Dingen || Über das Museum || Museumsaktivitäten || Die Dinge im Buch ||