zu den Dingen

über das museum

dinge im buch

Plaats van herkomst:Spanje

Het geheim van de zwarte veer uit Santo Domingo de la Calzada
Of:
Uit het ware leven van de gelauwerde kunstenaars uit Wiepersdorf

 

Carl-Johann zit flink afgevallen, wel 5 kilo lichter dan een paar dagen geleden, achter zijn schrijftafel tussen leeg gegeten potjes magere kwark en naast hem ligt een zwarte kippenveer. “Ach,” zegt hij opgeschrikt en verrast, “U, ik was u helemaal vergeten, het is al weer woensdag.” De schoonmaakster, met het geduld van iemand die al vaker een blik heeft kunnen werpen op de intieme leefomstandigheden van anderen, zegt helemaal niets, kijkt ook niet geërgerd, en dat irriteert Carl-Johann want ze zou toch moeten zien dat hij het geheim van de zwarte veer op het spoor is.

Niet zo lang geleden heeft hij deze zware veer van een haan gevonden toen hij door het dorp liep en kort daarna vond hij in de tuin een spierwitte veer van een kip. Dat deed hem meteen denken aan een relikwie dat hij tig jaar geleden in de hoog boven op een berg in de knik van de Donau gelegen dom van het Hongaarse Estergom had gezien. Een zwarte kippenveer ingebed in zilver, omzoomd met edelstenen. Hij, die niets met religie te maken had, er ook niets van begreep, enig kind, opgegroeid in een gezin dat exclusief op het heden georiënteerd was geweest, vroeg zich destijds af hoe mensen op het idee waren gekomen om een kippenveer in zilver te laten inleggen. Hij vernam dat deze veer het onreine van de schepping voorstelde. Dat bij het wit van de reinheid, de maagdelijkheid, ook het onreine hoorde, want zonder het onreine bestond reinheid niet. De oorsprong van de verering van deze veer lag in Spanje. Daar op de pelgrimsweg naar het graf van de heilige Sint Jacob deed zich eens een groot pelgrimswonder voor.

Hieraan moest hij denken toen hij enige dagen tevoren de zwarte veer had gevonden. Hij onderbrak meteen zijn werk en wilde het geheim van de veer opsporen. Hij wilde weten, ervaren wat voor gevoel het gaf, hoe mensen een zwarte veer konden vereren. Eerst kocht hij een partij magere kwark. Door middel van een vastenkuur naar de methode van professor Müller wilde hij in de behoeftige staat geraken van de pelgrims die hongerend, bedelend en lopend hun doel Santiago de Compostela naderden. In Santo Domingo de la Calzada, langs deze weg, lag de oorsprong van de verering van de zwarte kippenveer.

Aan het begin van de 15 e eeuw verbreidde de verering van de zwarte kippenveer zich over heel Europa. In veel kathedralen werden kippenhokken neergezet waarin witte kippen en hanen ten toongesteld werden. Deze kippen en hanen mochten geen enkele zwarte veer hebben en als ze die toch hadden, werd die eruit getrokken. Want alleen een witte kip symboliseerde de eenheid en de maagdelijkheid, die tekenen waren van het wonder van Santo Domingo de la Calzada. Onder de gelovigen waren de uitgetrokken veren erg in trek want ze stonden symbool voor het onreine en toonden aan dat alles wat rein wilde zijn eerst geplukt moest worden om echt rein te zijn. Dat in alles dat rein was ook eerst de zonde groeide. Eerst werd deze kromme redenering over geplukte veren belachelijk gemaakt, maar toen er meer vraag naar veren kwam dan naar witte en zwarte hanen werden de zwarte veren weggegooid of verstopt voor de gelovigen. Handige zakenlui zetten al spoedig een handel op in dure gecertificeerde en goedkope niet-gecertificeerde zwarte veren. De clerus begon de hele zaak steeds bedenkelijker te vinden waardoor de kippenkooien in de kerken langzaamaan weer werden afgeschaft. Alleen in Santo Domingo de la Calzada bloeit dit gebruikt tot op heden nog steeds, want daar in de pelgrimsstad deed zich door de inmenging van de heilige Domingo het wonder voor.

Carl-Johann kon niet op pelgrimstocht gaan omdat het hen ontbrak aan elke voorwaarde zoals geloof, overgave, en de te verwachten verlichting. Om toch de opgelegde vermoeienissen te ervaren en daardoor een kastijding te beleven wilde hij vasten. Het magere kwarkdieet van professor Müller, waar hij op de radio voortdurend over hoorde, zou hem in deze hongerige toestand kunnen brengen. Door vasten zou hij een besef van de verlossingsgedachte kunnen krijgen. Dit magere kwarkdieet volgens professor Müller verlangt van de boeteling dat deze dagelijks in vier porties verdeeld, een potje magere kwark eet en welgeteld elke lepel die hij tot zich neemt precies 24 keer kauwt. Door het speeksel in de mond zou daardoor het belangrijkste deel van de spijsvertering reeds plaats vinden. Carl-Johann hield zich streng aan de voorschriften, telde tijdens het eten zijn kauwbewegingen, en nam niets anders tot zich dan magere kwark en water. Elke dag voelde hij meer honger, was er steeds bereidwilliger toe en had spoedig een gevoel dat hij zich alleen nog maar op zichzelf kon concentreren, dat zijn omgeving hem steeds minder interesseerde. Het enige waar hij steeds meer op gefocust raakte was de duur van de maaltijd en zijn stoelgang die steeds minder werd. Na vier dagen voelde hij zich al dicht bij de pelgrim, voelde de in zich zelfgekeerde aandacht van de behoeftige, van de aan zich zelf uitleverde existentie. Vaak dacht hij aan het pelgrimspaar Philips uit Saities uit het bisdom Keulen.

Dit pelgrimspaar was in 1465 op pad gegaan om de grote heilige Jacob eer te bewijzen. Ze werden vergezeld door hun jonge zoon van prachtige gestalte, Marcus. Toen ze op een juliavond moe en uitgeput in de herberg van Santo Domingo de la Calzada aankwamen, viel de kranige zoon zo in de smaak van een dienstmaagd van de herberg dat ze veel werk van hem maakte. Hij wees haar echter af, en van deze afwijzing werd ze zo kwaad, dat ze een zilveren beker in zijn ransel verstopte en hem vroeg in de morgen aanklaagde wegens diefstal. De beker werd gevonden en de rechter die er bij geroepen werd veroordeelde de jongen tot de dood door de strop. De ouders vervolgden bedroefd en vertwijfeld hun weg naar het graf van de apostel. Op de terugweg passeerden ze de plaats ven de terechtstelling en zagen dat hun zoon nog leefde, gezond en vol goede moed was, maar wel in de strop van de beul stond. Wat ze niet zagen en niet konden zien was dat de heilige Domingo onder hem stond en hem op zijn schouders hield. Ze spoedden zich naar de rechter die juist aan de maaltijd zat, met een gebraden haan en een kip op zijn bord. Toen hij het verhaal hoorde van de zoon die nog in leven was, riep hij lachend uit: “Uw zoon is dood, net als de kippen op mijn tafel. De kip kakelt niet meer en de haan kraait niet meer.” Maar op dat moment sprongen de beide dieren op van zijn bord. Ze kregen meteen veren. De haan kraaide een paar keer en de hen schraapte en kakelde wat. Tegenwoordig luidt nog steeds het spreekwoord: “In Santo Domingo de la Calzada kraaide de haan nadat hij gebraden was”. Onmiddellijk werd de jongen uit de strop gehaald en de dienstmaagd opgehangen in zijn plaats.

Ter herinnering aan dit grootse wonder staat er sindsdien in een nis van de rechterbeuk van het dwarsschip van de kathedraal van Santo Domingo de la Calzada een gallinero (kippenren) Tot op heden worden daar een witte kip en een witte haan gehouden die elke drie weken worden vervangen. Elk dier wordt altijd grondig onderzocht opdat geen enkele zwarte veer of zwart donsje afbreuk doet aan de reinheid van het dier. Tegenover de kippenren hangt een stuk hout van de galg “Esta madera es de horca del peregrino”, “Dit is een stuk hout van de pelgrimsgalg”. Dit wonder met de kippen werd zó populair dat hierdoor later de haan tot nationaal embleem van Spanje gekozen werd.

Carl-Johann is al heel dicht bij dit gevoel waardoor deze legendes mogelijk worden als de werkster zijn kamer binnenkomt en na lang zwijgen zegt: “U ziet er erg hongerig uit, ga toch naar de keuken. Er is nog iets van het middageten over, dat kunnen ze wel even voor u opwarmen”, en breekt hiermee fataal zijn zwak geworden wil. Carl-Johann weet dat hij voor minstens twee uur zijn kamer verlaten moet en de klare toon die geen tegenspraak duldt maakt dat hij naar de keuken gaat en verdomd! Er wordt een hapje eten voor hem opgewarmd dat hij met het allergrootste genoegen opeet. Gemarineerde kip met hoisinsaus en groente en rijst.

 

Literatuur:

E.Bingel: Das Wunder der Schwarzen Feder . Berlin/Santiago 2003.
Nolte/Soosenheimer (Hg): Schloss Wiepersdorf . Wallstein Verlag. Göttingen 1997.
Alle reisgidsen over St Jacob a Compostela.