zu den Dingen

über das museum

dinge im buch

Plaats van herkomst: Duitsland.

De borststeen van Thomas Mann

Thomas Mann vond deze steen bij zijn verblijf aan het strand van Ahlbeck op Usedom in de zomer van 1925. Sindsdien lag de steen op zijn vele bureaus en begeleidde hij hem door de meeste landen en boeken. “Lieve Gertude,…. Sinds ik hem aan het strand vond en meegenomen heb en ik hem vandaag in mijn broekzak vond, voel ik me beter…” uit een brief aan Gertrude Rauf, zomer 1925.

Voor Thomas Mann moet deze steen grote betekenis hebben gehad. Men moet dan denken aan een inspirerende fetisj, een bezielde steen, een schakel tussen werelden of iets dergelijks. Deze steen lag op al zijn bureaus ter rechter zijde, ongeveer 20 centimeter van de rand. Misschien was hij voor Thomas Mann de borst van de muze, maar hij moet ook onder de steen geleden hebben, anders is de zin in een brief uit 1938 aan Arnold Schönberg “ …..ik kan niet zonder mijn steen…” niet begrijpelijk. Het is immers bekend dat, een schakel tussen werelden, omdat deze niet loslaat, zowel bevrediging als ook vertwijfeling oproept.

In zijn werk duiken steeds weer verwijzingen naar deze steen op: “…Haar borst was zo rond als een steen…”, “….het voedende van een steen…”, bij Dr Faustus . “… hij omvatte de borst als een zachte steen..”, Felix Krull , “…de tepel van de steen…”, 3 e deel van de Joseph romans, “…ze deed hem aan de strengheid van zijn moeder denken…”, Buddenbrooks. En hiermee is de reeks voorbeelden niet uitgeput. Het grootste eerbetoon aan zijn steen komt in zijn late werk ‘Der Erwählte' voor. Daarin staat als middel om te overleven een voedende borst van steen centraal.

Om uw geheugen op te frissen: ‘de Uitverkorene'.

Voordat de prelaat Liberius en de sextus Anicius Probus na hun verwarrende, voorspellende droom erop uittrokken om een nieuwe paus met de naam Gregorius te vinden en hem naar Rome te brengen, leefde deze laatste eerst 17 jaren op een kleine onbewoonbare klif aan de zee, geketend en boetend aan een kegelvormige klif.

Gregorius, kind uit een incestueuze relatie van broer en zus, die bovendien uit onwetendheid met zijn moeder trouwde, welke daarop opnieuw zwanger werd, zwoer toen hij deze dubbele wandaad ontdekte, dat hij als ‘Gods grootste zondaar' de grootste boetedoener onder de mensen wilde zijn en verbande zichzelf naar een klif aan de zee. Het lot was hem genadig, dit bleek geen gewone klif. Het was een van de vele in verval geraakt uitgangen van de in vergetelheid en in onbruik geraakte borstklieren van moeder aarde, waar in de oertijd de vroege mensheid kwam om zich te laven aan haar groeisappen. Bovenop de eenzame stenen klif bevond zich nog een der laatste kleine tepels waar nog een beetje zoete moedermelk, aardemelk, uitsijpelde. Van deze verwarmende moedermelk, deze afscheiding uit de steen, leefde Gregorius, zich zelf kastijdend, 17 jaren tot aan zijn benoeming tot Paus.

Thomas Mann schrijft in ‘Der Erwählte' drie pagina's lang uitvoerig over de aardeborst en men kan rustig zeggen dat deze overgave aan een steen, de ontboezemingen daarover en de verwerking van dit gegeven tot een essentieel onderwerp van een roman, alleen tot stand kan worden gebracht met de wijsheid van de gevorderde leeftijd, aan het eind van een lange schrijversloopbaan. Na de roman ‘Der Erwählte' duiken noch in brieven noch in ander schrijfwerk van Thomas Mann verwijzingen naar de steen op, hoewel die nog lange tijd op zijn schrijftafel bleef liggen.

De steen is een bruikleen uit de verzameling van Dorle Döpping, Berlijn.

(De vertelling ‘Der Erwählte'' van Thomas Mann is vrij gebaseerd op de tekst van een 12 e eeuwse legende .)

 

Literatuur:

Thomas Mann, Gesammelte Werke , Frankfurt a. M. 1974.
Thomas Mann, Briefe 1889-1936 , Berlin und Weimar 1976.
M Zuber, Der Fetisch un seine Auflösung , Gelsenkirchen 1991.