![]() |
Plaats van herkomst: Oostenrijk. Ritmeester graaf Johann Carl Khevenhüller bezorgde in 1864 de tragische, pasgekroonde keizer Maximiliaan va Mexico een kist parelmoeren knopen. Na de terechtstelling van de Habsburger werd zijn vermogen geconfisqueerd. Een zakkenroller bracht een deel hiervan zonder er iets van te stelen terug naar Wenen. Het andere deel bevindt zich nog in het Museum voor Volkenkunde in Mexico. In de vitrine; schelpen waar de knopen voor de soldaten van Maria Theresia uit werden gemaak. |
In het voorjaar van 1743 reed een hooggeplaatst heerschap in een koets vergezeld van een escorte voor bij Slot Riegersburg. Men hoorde een resolute vrouwenstem zeggen: “ Daar zijn we dan, Johann Josef. Oom Andreas van veldmaarschalk Ludwig is er ook. Joseph, uitstappen!” Het was de grote Maria Theresia in eigen persoon, een van de belangrijkste vrouwen in de wereldgeschiedenis, die hier diep in de provincie stopte en onderdak wilde.
Helemaal onverwacht kwam ze ook niet, maar dat ze die dag zou komen, had niemand vermoed. Het personeel knielde eerbiedig neer, hoorde de moralistische vermaningen van de keizerin aan en zette zich pas na veel aansporingen weer aan de arbeid.
Maria Theresia was onderweg naar Praag voor vredesonderhandelingen inzake Bohemen en Silezië. Belangrijke vergaderingen in Wenen hadden haar vertrek opgehouden. Ze besloot desondanks te vertrekken en onderweg in Slot Riegersburg, dat door haar raadsheer, de succesrijke veldheer Ludwig Andreas Khevenhüller , steeds in zijn gesprekken genoemd werd, te overnachten. De eigenaar en bewoner van het slot, Johann Josef Khevenhüller, neef van de veldmaarschalk, was opperhofmeester van de keizerin, maar hij had persoonlijk nog nooit de keizerin ontmoet.
Veldheer Ludwig Andreas Khevenhüller had Maria Theresia wel eens verteld over een fabriek voor parelmoeren knopen in het domein van deze Johann Josef Khevenhüller. In Hardegg halverwege de burcht Hardegg en de grensrivier de Thaya visten ijverige lieden mosselschelpen uit de rivier en maakten daarvan hoogwaardige en zeer sterke knopen.
Maria Theresia, toen al bezig met de hervorming van haar leger, in ieder geval in gedachten, een verandering die ze in 1749 in een van de eerste hervormingsperioden begon, was erg geïnteresseerd in de knopen. Militairen zouden er allemaal eender moeten uitzien, want wat zouden de mensen van hun soldaten moeten denken als ze allemaal anders gekleed waren? Aldus schiep zij later het eerste staatsleger van 108.000 soldaten, die allemaal goed tot uitstekend gekleed gingen en in elke militaire rang van elkaar te onderscheiden waren.
Haar lijfspreuk was steeds: “Gerechtigheid en clementie” ( Justitia et clementia)
Een van de eerste stappen was dan ook een uniforme uitdossing aan te schaffen. En die moest stralend zijn. En wat valt het meest op aan een uniform? De knopen! Daarom had ze speciale aandacht voor goede knopen, uniforme, goede, sterke glanzende knopen. De broek en het jasje moesten niet met koorden dichtgebonden worden. Zichtbare knopen moesten de uniformen sieren. Geen knopen die bij de eerste schermutseling, als het erop aankwam, lossprongen. Haar soldaten zouden nooit met afzakkende broeken op het slagveld staan. Ingemaakt worden was tot daar aan toe, maar nooit met afgezakte broeken.
Met veldheer Ludwig Andreas Khevenhüller en vergezeld van Johann Josef Khevenhüller bezochten Maria Theresia en haar echtgenoot Joseph de vlijtige lieden die de knopen maakten en lieten ze zich de knopen tonen.
Ze was zo enthousiast over de “vlijtige lui van Hardegg”, over de knopen, dat het gezegde ”als vlijtige lui van Hardegg “ een gevleugeld woord werd voor ijverige flinke mensen.
Later bestelde ze nog veel meer knopen uit Hardegg. Er werd een hele productielijn op touw gezet zodat dat al spoedig de mosselen in de Thaya verdwenen waren en mosselschelpen uit andere riviertjes verwerkt werden.
Maria Theresia bezocht daarna nog ettelijke malen het Slot Riegersburg. Nu nog kan men in een pronkkamer van het slot twee Chinese commodes vinden die zij als geschenk heeft meegebracht. Een geschenk aan de door haar later in de adelstand verheven vorst Johann Josef Khevenhüller.
12 jaar later, op 10 november 1864 ging ritmeester graaf Johann Carl Khevenhüller met een aantal trouwe officieren in St Nazaire aan de monding van de Loire scheep en op 7 december zette hij in de haven van Vera Cruz voet aan wal in Mexico. Na een reis van dagen per spoor en wagen bereikten ze de stad Mexico, waar keizer Maximilliaan van Mexico zijn zetel had gevestigd. Keizer Maximilliaan van Mexico, ook wel de Ongelukkige genoemd, had zijn droompaleis bij Triëst, Slot Miramar, verruild voor een keizerszetel vol springstof. Ritmeester Johann Carl Khevenhüller volgde zijn keizer als aanvoerder van het 5e eskadron met 60 huzaren. Deze rode huzaren waren spoedig berucht en gevreesd bij de vijand. Alleen al de aanwezigheid van rode huzaren maakte de vijand onzeker. Ritmeester Johann Carl Khevenhüller nam ook een kist vol knopen mee, die nog uit de voorraad van keizerin Maria Theresia stamden. Onder luide toejuichingen van zijn huzaren overhandigde hij de kist aan de nieuwe keizer Maximilliaan van Mexico en zwoer hem eeuwige trouw.
Nadat de gekroonde keizer van Mexico op 19 juli 1867 door een krijgsraad ter dood was veroordeeld en het vonnis was voltrokken, ging de keizerlijke nalatenschap over aan de Staat. Generaal Diaz, de latere president ven de republiek Mexico, en tegenstander van de terechtstelling, besloot dat de nalatenschap onaangetast bewaard moest worden. Zo kwam later de kist met knopen van de ”vlijtige lui van Hardegg “, die voor het leger van Maria Theresia bestemd waren geweest, in het Volkenkundig Museum van Mexico terecht. Daar staat hij nu met andere delen van de nalatenschap van keizer Maximilliaan van Mexico in kelder C-54A. Deze ruimte is niet voor publiek toegankelijk.
Op 22 juli 1867 werd ritmeester Johann Carl Khevenhüller met de rest van zijn huzaren weer ingescheept, dit maal voor een reis naar Europa. Hij trok zich terug op Slot Riegersburg, trouwde en hield zich bezig met astronomische metingen, cartografie, medicijnen. Op 24 november 1869 beklom hij de berg Sinaï, maakte met 70 man en 160 kamelen een reis van 17 dagen door de woestijn, maakte een reis naar Bombay en kwam weer terug.
Koning Ludwig II schonk hem de Orde van St George en sloeg hem tot ridder. Hij bezocht meermalen de paus. Als grote dierenvriend begroef hij zijn geliefde honden in een door hemzelf aangelegd hondenkerkhof. Dit is tegenwoordig nog te bezichtigen.
Tot op heden bestaat de fabriek voor parelmoeren knopen nog steeds. Het is een familiebedrijf en ligt in het plaatsje Felling, tussen Hardegg en Slot Riergersburg. Nog steeds worden daar parelmoerknopen van hoogwaardige kwaliteit vervaardigd.
Literatuur:
Bestandkatalog des Museums für Landeskunde, Mexico City 1995.
F. Müller, Barockschloss Riegersburg, Fronsburg o.J.
Der., Johann Carl Fürst Khevenhüller-Metsch, ein Kampfgefärte Kaiser Maximillian von Mexico, ergänzt von Francesca Filo della Torre – Gräfin Pilati, Riegersburg 1990.
L. Nikolic, Die Sprache am Hofe, Wien/Belgrad 2003
www.perlmutt.at