![]() |
Plaats van herkomst: Rusland.
Mika Lotowosch, ingenieur uit Kaliningrad, vond in 1975 bij opgravingen in de voormalige keldergewelven van het stadslot van Königsberg veel gesmolten barnsteen. Eenooggetuigenverslag over het zoeken naar de legendarische Barnstenen Kamer van Frederik I van Pruisen aan de hand van een stukje gesmolten barnsteen. |
Mika Lotowosch1 vertelt:
Ja , destijds in 1975 was de bouw2 nog niet klaar3 en nu nog steeds niet. Geen mens weet waarom. Het zou kunnen komen door de opgravingen waar ik in 1975/76 bij betrokken was. Er ging een gerucht dat het fundament het huis niet zou kunnen dragen. Destijds, in 1975/76, hebben we de hele ondergrond doorzocht om de legendarische Barnstenen Kamer te vinden. Hadden we alles of maar een deel daarvan ongeschonden gevonden, dan was dat toen voor allen een triomf geweest. We hebben bij de opgravingen weliswaar echte barnsteen, hópen barnsteen, gevonden, alleen niet meer bruikbaar. Nu weet ik dat het gesmolten barnsteen was. De hars is weer zacht geworden, weer vloeibaar zoals ooit eens eerder. Nu ziet het er weer uit als normale, onzuivere barnsteen van mindere kwaliteit, zoals je hier overal langs de kust kan vinden. Ze geloofden ons niet, onze bazen, dat dit de bezochte Barnstenen Kamer zou kunnen zijn. Nu weet ik het zeker dat het die kamer was, maar als zij dat niet wilden geloven kon het dat dus ook niet zijn.
We groeven links en rechts zonder een bepaald plan onder de ruwbouw. We hadden slechts één opdracht: alles moest strikt geheim blijven, de kamer moest ongeschonden gevonden worden en we moesten zorgen dat de ruwbouw niet verzakte.
Twee jaar later, toen we alles omgewoeld hadden en ook de laatste rest van het geborgen barnsteen met het bouwafval was weggegooid, werd alle aarde met de barnsteenresten en de resten van het fundament van het stadslot in de Oostzee voor de Koerlandse landtong gedumpt. Ver daarbuiten werd het, een eind uit de kust, langs de hele kust uitgestrooid. Als de barnsteen gevonden zou worden, dan moest die er uitzien als gewone barnsteen. Ik geloof dat zekere hoge heren heel goed wisten wat wij daar hadden vonden, maar dat wilden ze niet toegeven.
Toen alles weg was werden de opgravingen gestaakt en men sprak er niet meer over. Ik ging alleen door met zoeken. Eerst in het geheim, later “achter vertroebeld glas” zoals men dat bij ons in Rusland zegt. Tot op heden wil niemand er officieel iets van weten. Ik was geïnteresseerd in wat ik destijds eigenlijk aan het doen was en zo ontdekte ik dat waar wij veel tweede keus barnsteen hebben gevonden de volledige Barnstenen Kamer opgeslagen was geweest.
Het toenmalig hoofd van het stadsbestuur gaf me ondershands aantekeningen, in het Duits; Kulsowitsch, een hoogleraar Duits die tegenwoordig toeristen die hun oude vaderland komen bezoeken rondleidt, omdat hij van zijn officiële functie niet kan rondkomen, vertaalde deze geschriften voor me.
Het blijkt uit deze papieren duidelijk dat de kamer niet opgeslagen maar helemaal gedemonteerd werd en in de kelder van het slot verborgen.
Het toenmalige Duitse stadsbestuur heeft bekend laten maken dat het opgeslagen zou worden. Er waren meerdere versies in omloop, waaronder ook een dat het in een bergmeer in Zuid-Duitsland zou zijn afgezonken.
Vlak bij de keuken was een toegang tot een donker keldergewelf, waarin vroeger de kostbare wijnen bewaard werden. Wijnen, die niet voor dagelijks gebruik waren, van wel honderd en nog meer jaar oud. Uit deze kelder leidde een deur naar een nog lager gelegen kelder met een tongewelf. Bijna niemand wist van het bestaan van deze in de diepte gelegen kelder. Daar werd de gedemonteerde, in kisten verpakte Barnstenen Kamer heen gebracht.
Uit de aan mij verstrekte plattegronden van het stadslot blijkt dat deze kelder naast de grote toegangsdeuren ook nog een kleine deur bezat, die leidde naar een wenteltrap door het hele gebouw. Dit werd de ondergang van het verborgen spul.
Toen midden in maart 1945 de vijfde vuurstorm over de als vesting aangewezen stad Königsberg raasde, stond het hele stadslot in vlammen. Bij deze brand, die het bijna helemaal verwoestte, werkte de kelder als een afzuiging bij een broodbakoven en het keldergewelf werd navenant opgewarmd. Prof Ilian Karpow gaat ervan uit dat er in de keuken hoogst brandbaar materiaal zoals filmrollen, zware stookolie en dergelijke zaken opgeslagen waren, want het keldergewelf werd als een hoogoven opgewarmd en het tongewelf werkte als chamotte steen. De kelder brandde niet, de barnsteen verbrandde niet, maar er moeten helse temperaturen geheerst hebben. Temperaturen die niet alleen barnsteen maar ook ijzer deden smelten. De barnsteen vloeide als honing over de planken, klonterde aan de vloer, liet weer los, stroomde in scheuren, smolt opnieuw, de pleisterlaag sprong van de muren, vermengde zich met de week geworden barnsteenmassa, stenen sprongen, de leemvloer barstte en verkruimelde tot stof en zoog de stromende barnsteen op. Tenslotte moet het gewelf ingestort zijn.
Er zijn verslagen van soldaten die berichten dat delen van het slot na 14 dagen nog niet toegankelijk waren, omdat er nog steeds de temperaturen als in een hoogoven heersten.
En precies onder de plek van deze kelder vonden wij deze enorme hoeveelheden barnsteen met verontreinigingen, die allemaal naar het afval gingen.
Ik heb destijds een zak vol van deze barnsteen overgehouden. Dat deed geloof ik iedereen die aan de opgravingen meewerkten. Wij dachten: waarom zouden we ons een ongeluk zoeken aan de Oostzee als we het hier meteen mee kunnen nemen? Tegelijkertijd vermoedde ik dat het misschien toch die Barnstenen Kamer zou kunnen zijn naar waar wij zochten, want waarom zou er juist hier zo ontzettend veel barnsteen opduiken? Er komt hier bij elke opgraving wel tweederangs barnsteen te voorschijn, maar zoveel bij elkaar en ook nog in de chaos van de resten van het slot? Dat kan toch geen toeval zijn, dacht ik bij mezelf, en verzamelde een zak vol”.
Voor zover de mededelingen van Mika Lotowosch.
Opmerkingen:
1.Mika Lotowosch is een van de “echte inwoners van Kaliningrad”. Hij werd in 1955 in Kaliningrad geboren en zijn ouders zijn afkomstig uit het grensgebied van de Oeral en werden vrijwillig gedeporteerd. Tegenwoordig stelt hij zich vragen over de geschiedenis van de stad. Deze vragen waren tot nu toe niet toegestaan.
2.Op de plaats waar eerst het stadslot stond, dat in 1969 opgeblazen werd, begon men in 1971 met de bouw van het “Huis der Raadgevers”. Tot op heden is het nog niet klaar. Sinds 1990 ligt de bouw stil.
3. 1999.