zu den Dingen

über das museum

dinge im buch

 


Ein Rentiergeweih

Plaats van herkomst: Lapland / Spanje.

Wie het koud heeft zoekt de warmte op. Dat deed in 1913 ook een rendier uit Lapland, dat het door een anatomische verandering ineens vreselijk koud kreeg. Een ongewoon neurologisch fenomeen bij een rendier. Het ging op zoek naar de warmte en kwam uit in Spanje. Later werd de route die het aflegde, gereconstrueerd.

Het Spaanse Rendier

Op 17 juli 1913 werd in Spanje bij Tharsis bij de Portugese grens een rendier gesignaleerd dat de dorpsbewoners schrik aanjoeg. Niemand had ooit een dergelijk dier gezien. De boer Jesus Téllez schoot het neer. Aan het oormerk van het beest was te zien dat het al eens contact met mensen had gehad, en misschien wel een gefokt dier was. De dierenarts die er bij geroepen werd, stelde vast dat het een rendier was en zorgde ervoor dat de huid en de schedel met het gewei naar het Zoologisch Instituut in Madrid gestuurd werden.

Prof. Dr Eugenio Ruibérniz, die juist doende was de eerste zoologische tuin van Spanje op te zetten, verbaasde zich over het dier en deed naspeuringen over de herkomst van het rendier. Hij vond tenslotte de eigenaar van het dier, de rendierfokker Nils Virtane uit Kirkenes in Lapland.

Deze schreef de professor dat het dier zich reeds een jaar steeds vreemder was gaan gedragen. Het zocht steeds in de nabijheid van vuur op, alsof hij het koud had en het was nu al langer dan een half jaar verdwenen. Hoe het in Spanje terechtgekomen was, wist hij ook niet.

Prof. Dr Eugenio Ruibérniz ontdekte bij zijn onderzoek dat het rendier op eigen kracht naar Spanje was gekomen. De tocht van het dier kon hij tamelijk nauwkeurig herleiden.

Op 4 april 1913 werd het dier in Zuid-Zweden gezien. Op 18 april in Denemarken waar het aan de zee rustte. Op 6 mei zag men het rendier in Duitsland de Rijn overzwemmen, op 29 mei in wijngaarden in het Rhônedal en op 1 juni was het in Zuid-Frankrijk. Op 12 juni hadden jagers in de Pyreneeën het onder schot maar ze misten. Op 29 juni werd het dier bij Madrid waargenomen en dus op 17 juli bij Tharsis doodgeschoten.

Prof. Dr Eugenio Ruibérniz maakte een diepgaande studie van de schedel van het dier en kon vaststellen dat het rechter deel van het gewei een hele groeiperiode niet naar buiten maar naar binnen was gegroeid en daar op het warmtecentrum had gedrukt. Het gewei had in de hersenen een spits aangroeisel van kraakbeen gevormd dat dit specifieke deel van de hersenen, dat voor de gevoeligheid voor warmte verantwoordelijk is, had samengedrukt. De temperatuurgevoeligheid van het rendier was hierdoor veranderd, met als gevolg dat het het permanent koud had gehad. In deze toestand van voortdurend zich koud voelen had het dier consequent naar een warmere omgeving gezocht en zodoende kwam het bij Tharsis in Spanje uit.

Literatuur:

Wahlström, Lars: Physiologie und Neurologie des Rentiers. Stockholm 1934.
Sanchez, Pedro: Die Geschichte eines Rentieres und dessen pathologische Veränderungen im Temperaturbereich des Gehirnes . Madrid 1916.