zu den Dingen

über das museum

dinge im buch

 


Stein

Plaats van herkomst: Oostenrijk..

De laatste boom van een der mooiste prehistorische wouden in het huidige Europa uit het late Paleolithicum, de tijd dat de steenkool ontstond, bleef overeind staan in een tijd dat waanzinnige stormen over de aarde raasden, die hele wouden ontwortelden.

De versteende wolfsklauw.

362 miljoen jaar geleden, de tijd van late Paleolithicum, werd de aarde nog maar door weinig levensvormen bevolkt. Er waren slechts enkele soorten reptielen, amfibieën, insecten en parasitaire kraakbeenvissen (cyclostomata). De aarde was nog niet in continenten uiteengevallen maar bestond nog uit het oercontinent Pangea. In deze periode groeiden er in het Carboon overal gigantische wouden vol met wolfsklauw, paardenstaarten en varens. Uit deze bossen ontstonden later de steenkolen en daarom worden ze ook wel de steenkoolbossen genoemd.

In de omgeving van wat tegenwoordig de Oostenrijkse grens is ter hoogte van Silezië, ongeveer tussen het idyllische stadje Drosendorf en de bekende wijnplaats Retz in Oostenrijk bevond zich één van de mooiste en meest gevarieerde bossen van deze soort. Gedurende 1503 jaren kon het zonder noemenswaardige storing groeien, bemeste het zich zelf en herbergde het na verloop van tijd heel veel soorten. Het was het meest schitterende, meest gezonde en prachtigste bos in de verre omstrek tot een grote storm het vernietigde.

Stormen waren in die tijd geen uitzonderling, maar een storm met zo een vernietigingskracht kwam slechts een maal per tig duizend jaar voor en liet dan een onherstelbare schade achter. Dat gebeurde hier ook. De storm knakte niet alleen de bomen, wat op zich zelf niet zo erg zou zijn geweest, maar ontwortelde alles. Hij legde alles plat wat tegenstand bood, versnipperde de bast en verscheurde het hout. Zes en een halve week speelde de storm zijn vernietigend spel, tot er niets over was dat nog weerstand kon bieden. Uitgezonderd een boom: een keiharde wolfsklauw van 35 meter hoog bleef overeind staan. Ze stond zelfs op een kleine verhoging, boog mee met de storm, ging af en toe plat op de grond maar richtte zich steeds weer op. Na de verwoestende storm zag hij er vast en zeker verfomfaaid uit - maar er stond er nog en overleefde.

De bomen om hem heen die waren neergevallen en versplinterd, verstikten al het leven onder hen. Er ontstond een verzuurde boden van verrotte resten, een kleverige massa die de grond vergiftigde en waardoor elke begroeiing onmogelijk gemaakt werd. Regens spoelden deze blubber weg, de aarde erodeerde en er werd nog meer weggespoeld, tot er bijna alleen nog de kale rots overbleef.

Na deze grote ecologische catastrofe in het huidige Midden-Europa stond de 35 meter hoge wolfsklauw kaarsrecht en eenzaam in de steenwoestijn. Pas na 228 jaar na deze gebeurtenis gaf hij het op, viel ook om en versteende. De aardschollen schoven verder over elkaar en de opmerkzame kijker kan tegenwoordig in de buurt van het dorp Hadeck in een bocht van het riviertje de Thaya de resten van deze boom vinden.

Literatuur:

M. Leistner, Die Sprache der Steine , München 1999.
S. Schmuttermaier, Der versteinerte Baum aus dem Waldviertel , Wien 1967.
A. Wammerl, Frühe ökologische Katastrophen , Wien 1985


|| Start || Zu den Dingen || Über das Museum || Museumsaktivitäten || Stichwortverzeichnis || Die Dinge im Buch ||